6.5  Het uitproduct >
1

( 0 0 0 ) , ( 5 2 ‐ 3 ) , ( 2 4 2 ) , ( ‐ 5 ‐ 2 3 ) , ( ‐ 1 ‐ 10 7 )

2
a

Alledrie ( 10 4 ‐ 6 )

b

a → × c → = ( 5 2 ‐ 3 ) , b → × c → = ( 2 4 2 ) en ( a → + b → ) × c → = ( 3 14 ‐ 5 ) ;
( a → + b → ) × c → = a → × c → + b → × c → .

c

Beide 0

3
a

A B → en A C → zijn onafhankelijke richtingen in vlak A B C (anders liggen A , B en C op één lijn. Uit eigenschap 3 volgt dan dat A B → × A C → loodrecht op vlak A B C staat.

b

A B → × A C → = ( 1 1 2 ) × ( 2 ‐ 1 3 ) = ( 5 1 ‐ 3 )

c

Een vergelijking is: 5 x + y − 3 z = c voor zeker getal c . Dat vind je door bijvoorbeeld A in te vullen. Je vindt 5 x + y − 3 z = ‐ 2 .

4
a

O M → × O N → = ( 2 1 2 ) × ( 1 2 1 ) = ( ‐ 3 0 3 ) , dus | n → | = 3 2 .

b

cos ⁡ ( α ) = O M → ⋅ O N → | O M → | ⋅ | O N → | = 6 3 ⋅ 6 = 1 3 6 ; sin ⁡ ( α ) vind je met de formule: sin ⁡ 2 ( α ) + cos ⁡ 2 ( α ) = 1 : sin ⁡ ( α ) = 1 3 3 .

c

De oppervlakte is | O M → | ⋅ | O N → | ⋅ sin ⁡ ( α ) = 3 2

5
a

P Q → × P R → = ( ‐ 6 0 3 ) × ( 0 ‐ 4 3 ) = ( 12 18 24 )

b

| ( 12 18 24 ) | = 6 29

c

cos ⁡ ( α ) = P Q → ⋅ P R → | P Q → | ⋅ | P R → | cos ⁡ ( α ) = 3 25 5 .
sin ⁡ 2 ( α ) + cos ⁡ 2 ( α ) = 1 , dus sin ⁡ ( α ) = 2 25 145 .

d

Dat is | P Q → | ⋅ | P R → | ⋅ sin ⁡ ( α ) = 15 5 ⋅ 2 25 145 = 6 29 .

e

Een normaalvector van vlak P Q R is P Q → × P R → , dus ook ( 2 3 4 ) . Een vergelijking van vlak P Q R is 2 x + 3 y + 4 z = 24 . De snijpunten met de assen zijn dus ( 12,0,0 ) , ( 0,8,0 ) en ( 0,0,6 ) .

6
a

r → , p → , q → .

b

120

7
a

B ( 7,3,0 ) , E ( 5, ‐ 2,6 ) , F ( 7,1,6 ) en G ( 2,1,6 ) .

b

15 , 90

c

90

8
a

B ( 9,5,0 ) , E ( 0, ‐ 3,5 ) , F ( 3,2,5 ) en G ( 0,2,5 ) .

b

( O A → × O C → ) ⋅ O H → = ( 0 0 15 ) ⋅ ( ‐ 3 ‐ 3 5 ) = 75 , dus de inhoud is 75 .

c

1 2 ⋅ 75 = 37 1 2

d

Als je bij deze piramide driehoek A B C als grondvlak neemt en hetzelfde grondvlak bij het prisma van het vorige onderdeel, dan zijn beide even hoog, dus de inhoud van de piramide is 1 3 ⋅ 37 1 2 = 12 1 2 .

9
a

Breng een assenstelsel aan met D als oorsprong en met A op de A -as, C op de y -as en H op de z -as. Dan volgt het gevraagde uit het feit dat de inhoud 1 6 van de inhoud van het een parallellepipedum is met hoekpunten A , C , D en H . 1 6 ( ( 1 1 0 ) × ( 0 1 1 ) ) ⋅ ( 1 0 1 ) = 1 6 ( ( 1 ‐ 1 1 ) ) ⋅ ( 1 0 1 ) = 1 3 .

b

De inhoud van elk van die piramides is 1 3 ⋅ 1 2 = 1 6 ; de inhoud van het viervlak is dus 1 − 4 ⋅ 1 6 = 1 3 .

10

We brengen op de gebruikelijke wijze een assenstelsel aan. Het is 1 6 maal de absolute waarde van ( M P → × M N → ) ⋅ M Q → .
M P → = ( 1 2 0 ) , M N → = ( 1 1 ‐ 2 ) en M Q → = ( ‐ 1 2 ‐ 2 ) .
( M P → × M N → ) ⋅ M Q → = ( ‐ 4 2 1 ) ⋅ ( ‐ 1 2 ‐ 2 ) = 6 , dus de inhoud is 1 .

11

Het is 1 6 van de absolute waarde van ( A H → × A M → ) ⋅ A C → .
( A H → × A M → ) ⋅ A C → = ( ‐ 8 4 ‐ 4 ) ⋅ ( ‐ 3 2 0 ) = 32 , dus de inhoud is 1 6 ⋅ 32 = 5 1 3 .